Soms, als je ‘s winters op ‘t besneeuwde pad
Soms, als je ‘s winters op ‘t besneeuwde pad
Wandelt langs beuken, vind je een plekje diep
In ‘t bos – ‘t is, of een stukje zomer sliep,
Dat met de zwaluwen mee te gaan vergat:
Wandelt langs beuken, vind je een plekje diep
In ‘t bos – ‘t is, of een stukje zomer sliep,
Dat met de zwaluwen mee te gaan vergat:
Geen sneeuw. Een herfstdraad. Mos. Een mug. Gepiep
Van ‘t meesje tussen zonnig roodbruin blad.
‘t Is, of je haast de toverwoorden had,
Waarmee je zon en zomer wakker riep.
Van ‘t meesje tussen zonnig roodbruin blad.
‘t Is, of je haast de toverwoorden had,
Waarmee je zon en zomer wakker riep.
Zo vind je soms, als je oud wordt, plotseling
Diep in je ziel een kleine herinnering
Van toen je een kind was, alles warmte en zon;
Diep in je ziel een kleine herinnering
Van toen je een kind was, alles warmte en zon;
En ‘t schijnt, alsof zo dad’lijk ‘t visioen
Werklijkheid wordt – ‘t lijkt bijna net als toen –
Heel even is ‘t, of je haast tov’ren kon.
Werklijkheid wordt – ‘t lijkt bijna net als toen –
Heel even is ‘t, of je haast tov’ren kon.
(c) J.A. dèr Mouw
uit bundel Brahman I
uit bundel Brahman I
Met dank aan Maurice Broerse, recensent van Meander Magazine
Reacties
Een reactie posten