Het vertrek van de muze.
Zij ziet haar dichter.
Hij zit aan zijn tafel.
Het is haar taak hem gade te slaan.
Hij houdt een pen in zijn hand
Zijn raam staat open.
Het is zomer.
Hortensia"s bloeien, mussen tsjilpen.
Kinderen roepen dat ze naar het strand gaan.,
vragen andere kinderen of ze meegaan.
' Nu meteen? '
' Ja...! '
Er rijdt een motor voorbij.
Iemand speelt gitaar, iemand knipt een heg.
Er zoemt een hommel in een vitrage.
Zij staat vlak achter haar dichter.
Zij weet dat hij niet zal omkijken.
En als hij toch zal omkijken, dan zal zij zeggen
dat zij van de NUON is, of van de recherche.
Zij heeft penningen en smartcards,
zij kan zzich identificeren als wie zij maar wil.
Zij pakt een blocnote en noteert zijn naam,
zet er tussen haakjes achter: ' Vermoedelijk uitgeschreven '.
De dichter legt zijn pen neer en knikt.
Hij weet het zeker. Hij is uitgeschreven.
Zij kust nog vlug even zijn achterhoofd.
Hij denkt dat het de wind is, een windvlaag,
een deur die opengaat.
Zij sluipt op haar tenen weg.
De dichter heeft haar nooit gekend.
Toon Tellegen

Reacties
Een reactie posten